WIAPer 1 januari 2006 is de WAO vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, kortweg de WIA. Een nieuwe naam, de WIA is nodig om aan te geven dat de arbeidsgeschiktheid centraal staat. Gekeken wordt wat mensen nog wel kunnen in plaats van naar de arbeidsongeschiktheid. Alleen indien mensen echt niet meer kunnen werken biedt de regeling IVA een goede inkomensbescherming. Indien er nog wel mogelijkheden tot werk zijn, dan geldt de regeling WGA. Hieronder vindt u antwoord op uw vragen:
A) Wat houdt de WIA in?Hoofdlijnen WIAAl jaren werken verschillende kabinetten aan het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten. De WIA is erop gericht om mensen te stimuleren aan het werk te blijven. Werken is daarbij altijd financieel lonend. WIA staat voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en kent twee regelingen:
De WIA is ingegaan op 1 januari 2006 en geldt voor iedereen die ziek is geworden na 1 januari 2004. Bij voldoende reïntegratie-inspanningen conform de Wet verbetering Poortwachter stelt UWV na 2 jaar ziekte vast of de werknemer recht heeft op een WIA-uitkering. Er zijn daarbij vier categorieën te onderscheiden (zie ook schema WIA):
WGA-loongerelateerde uitkering = 70% van het verschil tussen het oude loon en het op dat moment met werken verdiende loon WGA loonaanvulling: 70% van verschil tussen het oude loon en de resterende verdiencapaciteit. Het loonverlies door arbeidsongeschiktheid wordt dus voor 70% aangevuld. WGA vervolguitkering: bij onvoldoende werken blijft slechts een klein percentage van het minimumloon over (dit kan zijn 28%, 35%, 42% of 50,75% van het minimumloon).
1. Personen met een loonverlies < 35 %. personen met loonverlies tussen de 35% en 80%. Zij hebben recht op de regeling WGA. 3. Volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt. Zij hebben recht op de regeling WGA. 4. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Zij hebben recht op de regeling IVA. B) Gevolgen werkgeversWerkgevers zijn in de eerste twee ziektejaren verantwoordelijk voor reïntegratie en loondoorbetaling van hun zieke werknemer. Werkgevers hebben er alle belang bij om de werknemers al in de verzuimperiode aan het werk te houden. Bij onvoldoende reïntegratie inspanningen geldt namelijk dat UWV een boete kan opleggen van maximaal 1 jaar extra loondoorbetaling. Dit ligt vast in de 1) Wet verbetering Poortwachter. Bij voldoende reïntegratie-inspanningen volgt na 2 jaar verzuim de WIA-beoordeling. UWV stelt dan de mate van arbeidsongeschiktheid vast. 2) De financiele gevolgen van gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers zijn ook voor de werkgevers fors. Zij dragen direct of indirect de WGA-uitkeringslasten van de eigen werknemers. Dit kan snel oplopen tot ruim € 40.000,-. Bij het kiezen voor eigen risicodragen worden deze lasten afgedekt door een private verzekering. De oplossingen van Cordares bieden zekerheid voor zowel werkgevers als werknemers. Vanaf 2006 hebben grote werkgevers (loonsom > € 650.000,-) en bestaande WAO eigen risicodragers de mogelijkheid het risico van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid voor eigen risico te nemen (veelal met een private verzekering), of onder te brengen bij UWV. Kleine werkgevers hebben vanaf 2007 de mogelijkheid om eigen risicodrager te worden. Bedrijven die al voor 1 januari 2005 WAO-eigenrisicodrager waren, zijn automatisch eigen risicodrager voor de WGA geworden, tenzij ze voor 29 december 2005 hadden aangegeven dat niet te willen.Eigen risicodragen is vanaf 2007 voor alle bedrijven weer mogelijk. Dit zal ook veelal aantrekkelijk zijn omdat de overheid heeft gezorgd voor gelijkwaardige concurrentieverhoudingen zijn tussen UWV en de private verzekeraars. 1) Wet Verbetering PoortwachterDe Wet Verbetering Poortwachter is sinds 1 april 2002 van kracht. Mede door de Wet verbetering poortwachter is het ziekteverzuim en de WAO-instroom gedaald. De wet heeft de verantwoordelijkheid voor langdurig arbeidsverzuim bij zowel de werknemer als de werkgever neergelegd. Ze zijn samen verplicht om alles in het werk te stellen om reïntegratie mogelijk te maken. Het traject begint met een goede probleemanalyse door een bedrijfsarts. Deze kijkt naar wat er aan de hand is en wat er gedaan kan worden om de reïntegratie te versnellen. Elke zes weken dient de probleemanalyse geëvalueerd te worden. Vervolgens gaan werkgever (leidinggevende) en de werknemer gezamenlijk een plan van aanpak tot terugkeer in het arbeidsproces maken. In de 13e week moet een ziekmelding naar UWV wordt gedaan. Gebeurt dit te laat, dan dient de werkgever langer het salaris door te betalen voordat een eventuele WIA uitkering ingaat. De probleemanalyse en het plan van aanpak dient ook elke zes weken geëvalueerd en zonodig bijgesteld te worden. Een werknemer is gedurende zijn verzuimperiode verplicht om passende arbeid te accepteren. Een uitgebreide eerstejaars evaluatie volgt tussen de 46e en 52e week. Hebben de inspanningen van werknemer en werkgever geen resultaat, dan dient de werknemer in week 13 ziek gemeld te worden bij UWV door de werkgever. In week 87 ontvangt de werknemer formulieren voor de WIA-aanvraag en op grond van het reïntegratieverslag dat in week 91 bij UWV moet zijn, beoordeelt UWV of de reïntegratie-inspanningen van werknemer en werkgever voldoende zijn geweest. In week 104, dus twee jaar na de oorspronkelijke ziekmelding, kan de werknemer dan een WIA-uitkering ontvangen (vanaf minimaal 35% loonverlies). Werkgever en werknemers kunnen sancties opgelegd krijgen indien iin van beiden zich onvoldoende inspant om de reïntegratie te bevorderen. Voor de werknemer betekent dat UWV hem of haar een uitkering kan weigeren, als het van oordeel is dat de werknemer zich onvoldoende heeft ingezet. De werkgever kan, als hij of zij te weinig heeft gedaan, verplicht worden het loon nog een jaar door te betalen (dus een derde jaar). 2 ) Financiële gevolgenWerkgevers kunnen ervoor kiezen het risico van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid van de werknemers zelf te dragen, onder te brengen bij UWV of onder te brengen bij een verzekeraar. Welke keuze de werkgever ook maakt, arbeidsongeschikte werknemerskosten de werkgever altijd veel geld! Bij UWV geldt vanaf 2007 een premie waarvan de hoogte afhangt van het aantal (gedeeltelijk) arbeidsgeschikte werknemers in de eigen organisatie. Dit betekent dat alle werkgevers groot en klein, vanaf 2007 weer direct (eigen risicodragen) of indirect (door hogere premies) de lasten van de gedeeltelijk arbeidsongeschikten dragen. De financiële prikkel bedraagt al voor een bedrijf met een loonsom > 650.000 over een aantal jaren verspreid al snel zo'n € 40.000,- voor WGA instromers in het jaar 2006. Vanaf 2007 zal het nog duurder worden om WGA instroom te krijgen, want de duur van het eigen risicodragen zal worden verhoogd van 4 jaar naar waarschijnlijk 10 jaar. Kleine bedrijven betalen minder omdat zij voordeel hebben van de maximum bandbreedte binnen de premiedifferentatie. Voor een klein bedrijf geldt als maximum premie twee maal de gemiddelde premie. In 2006 is er bij UWV nog geen premiedifferentiatie en betalen alle werkgevers binnen de WAO/WIA basispremie een omslagpremie waaruit de WGA uitkeringen worden gefinancierd. Werkgevers die zelf het risico voor gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid van hun werknemers dragen of dit particulier verzekeren, krijgen de WGA-toeslag die ze in 2006 aan de Belastingdienst hebben betaald in 2007 terug. Om eerlijke concurrentie tussen UWV en de private verzekeraars mogelijk te maken, geldt vanaf 2007 een toeslag op de UWV-premie voor de WGA. Dat betekent overigens niet dat werkgevers in totaal meer aan premie kwijt zijn, omdat tegenover deze toeslag een verlaging staat van de premie voor de IVA. Wellicht komt er vanaf 2008 ook voor de IVA een financiële prikkel voor werkgevers. Als de wet Pemba niet wordt afgeschaft, geldt ook voor de IVA vanaf 2008 een premiedifferentiatie. Grote ondernemers en bestaande WAO-eigenrisicodragers mogen dan de IVA voor eigen risico nemen. C) Gevolgen werknemersDe financiële gevolgen (klik)1) van de WIA voor werknemers zijn fors. Allereerst is de toelatingsdrempel verhoogd van een loonverlies van 15% tot een loonverlies van 35%. De WAO sprak al over arbeidsongeschiktheid bij een loonverlies van 15%. Met de WIA wordt er pas gesproken over arbeidsongeschiktheid met recht op een uitkering indien er sprake is van een loonverlies van 35%. Dan geldt de regeling WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Daarbij heeft de werknemer na enige tijd alleen nog inkomenszekerheid indien hij voldoende werkt. Dit voldoende werken is gekoppeld aan het verdienen van 50% van het loon dat hij mogelijk nog zou kunnen verdienen. Kortom: voor de gedeeltelijk arbeidsgeschikten gaat het om het hebben van een baan. Zie de rekenvoorbeelden waaruit het grote inkomensverschil blijkt tussen wel of niet voldoende werken. Bij de WIA staat centraal dat iedereen werkt naar arbeidsvermogen. De WGA geldt ook voor volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikten. De WGA biedt een inkomenszekerheid van 70% van het loonverlies door de arbeidsongeschiktheid. Hierbij geldt geen inkomenseis dat iemand naar arbeidsvermogen moet werken. Indien mensen het werk helemaal niet meer kunnen hervatten, geldt de regeling IVA (Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten). De IVA is een betere regeling dan de WAO. Er is namelijk geen WAO-hiaat meer. Met de IVA heeft de werknemer altijd zekerheid van 70% van het laatste (gemaximeerde) loon tot 65 jaar. 1) Financiële gevolgenVoor werknemers waarvan het loonverlies door de arbeidsongeschiktheid minder is dan 35% zijn de gevolgen het grootst. Dan is er namelijk geen sprake meer van 'arbeidsongeschiktheid en is er geen recht op een WIA-uitkering. Tussen de werknemer en de werkgever gelden alle verplichtingen van een normale arbeidsverhouding. De werkgever dient mee te werken aan een aangepaste werkplek of aangepast takenpakket. Als er geen andere mogelijkheden zijn binnen het bedrijf, zal reïntegratie nodig zijn bij een andere werkgever. Lukt dit allemaal niet gedurende de eerste twee verzuimjaren, dan is het ontslag wel mogelijk. Dan gelden voor de werknemer alleen nog de regels van de Werkloosheidswet (WW). Deze is tijdelijk en na afloop hiervan is er hoogstens nog recht op een bijstandsvoorziening. Werknemers met een loonverlies van ten minste 35% maar minder dan 80% hebben recht op de WGA. De WGA is gunstiger voor werkgevers en werknemers. Kortom: voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten gaat het om het hebben van een baan. Zie de rekenvoorbeelden (klik) waaruit het grote inkomensverschil blijkt tussen wel of niet voldoende werken. Werken als je nog werken kunt. Alleen dan is er voldoende inkomenszekerheid. Tenzij mensen helemaal niets meer kunnen, dan biedt de regeling IVA (Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten) nog de zekerheid van 70% van het laatste loon. De IVA is daarmee een betere regeling dan de WAO. Er is namelijk geen WAO-hiaat meer. |
de Bedrijfsverzekeraar BV
|