Pensioen en werken als zelfstandig ondernemerPensioenvormenIn Nederland geldt geen pensioenplicht. Dit houdt in dat u als werkgever niet verplicht bent om uw werknemers een pensioenregeling aan te bieden, behalve als uw bedrijf onder een CAO valt waarin dit staat. Het overgrote deel van de werkgevers biedt zijn werknemers echter wel een pensioenregeling aan. Het pensioen is zelfs een zeer belangrijk onderdeel van het totale arbeidsvoorwaardenpakket geworden. Op het moment dat u besluit uw werknemers een pensioenregeling aan te bieden, bent u niet volledig vrij in de keuze van de voorwaarden. In de Pensioenwet (PW) zijn strikte regels aangegeven waar een dergelijke regeling aan moeten voldoen. Op het moment dat u uw personeel een pensioen aan gaat bieden, dient u een aantal keuzes te maken. Allereerst dient u als werkgever te bepalen welke pensioenvorm u uw personeel aan gaat bieden. Hierbij dient u sinds de introductie van de nieuwe Pensioenwet te kiezen uit de volgende 3 pensioenvormen:
PensioenregelingenVoordat de nieuwe Pensioenwet geïntroduceerd werd, spraken we van pensioensystemen. Alhoewel het systeem (zie boven) wat aangepast is, zijn de typen regelingen nog steeds relevant. Hieronder staan de verschillende pensioensystemen op een rij. Als u op de links (onderstreepte woorden) klikt, krijgt u over dat onderdeel een uitgebreide uitleg. Beschikbare premieregelingDeze regeling wordt ook wel het beschikbaar premiestelsel genoemd. Per jaar stelt u als werkgever een vooraf bepaalde bijdrage beschikbaar ten behoeve van de pensioenopbouw van uw personeel. Aangezien de fiscus geen overmatige pensioentoezegging duldt, geldt hierbij een maximum bijdrage per jaar. Deze maximum bijdrage is afhankelijk van leeftijd en salaris. Er geldt geen minimale bijdrage. Dit is voor u als werkgever een eenvoudige regeling waarbij u precies weet waar u aan toe bent. Bijkomend voordeel van deze regeling voor u als werkgever is dat het rendementsrisico volledig bij de werknemer ligt. Op het moment dat het beleggingsrendement op de premies tegenvalt, is dat zijn probleem en niet het uwe. Vaak worden de premies gestort bij een verzekeraar in een verzekeringspolis. MiddelloonregelingDe middelloonregeling is een zuivere salaris/diensttijdregeling. Dit houdt in dat het uiteindelijke pensioen afhangt het aantal jaren dat de werknemer bij u in dienst is geweest en het salarisverloop tijdens de werkzame periode. Het op te bouwen pensioeninkomen is bij deze regeling een gewogen gemiddelde van alle pensioengrondslagen. Dit houdt in dat salarisverhogingen alleen meetellen voor de toekomstige jaren en niet voor het verleden. Deze regeling is voor u beduidend goedkoper dan de volgende regeling (eindloon). Voor beide regelingen geldt dat u uw werknemer een bepaald pensioenbedrag toezegd. Dit houdt tevens in dat het risico dat er uiteindelijk niet voldoende rendement op de premies wordt behaald bij u als werkgever ligt EindloonregelingBij de eindloonregeling is het uiteindelijke pensioeninkomen dat u uw werknemer aanbiedt afhankelijk van het salaris dat de werknemer verdient voorafgaand aan de pensioendatum (of moment van uitdiensttreding). Dit houdt in dat bij salarisverhogingen deze verhogingen met terugwerkende kracht op de pensioentoezegging doorberekend dienen te worden. Anders gesteld: u dient als werkgever bij salarisverhogingen de daardoor ontstane pensioentekorten aan te zuiveren. Vooral in het geval van werknemers met sterk stijgende salarissen, kan dit flinke kosten met zich meenemen. Vanwege deze kosten en de daarmee samenhangende risico's, wordt deze pensioenregeling de laatste jaren steeds minder gebruikt. Gematigd eindloonstelselDit is een combinatie van een middelloon- en eindloonregeling. Hierbij geldt dat tot een bepaalde leeftijd de eindloonregeling aangehouden wordt. Na die leeftijd geldt de middelloonregeling. Dit heeft voor u als werkgever als voordeel, dat loonsverhogingen over de laatste jaren de pensioentoezegging niet onnodig duur maken. Keuze pensioenvorm en pensioenregelingEen belangrijke vraag is uiteraard welke pensioenvorm en pensioenregeling u uw personeel aan moet bieden. Deze keuze is afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals:
De keuze van de juiste pensioenopzet is erg belangrijk. Het is belangrijk dat u daar deskundige hulp bij zoekt. Onze pensioenadviseurs bieden u hierbij graag hun hulp aan. Wij komen graag een keer persoonlijk bij u langs om - geheel vrijblijvend - de mogelijkheden met u door te spreken. Indien u interesse heeft in een persoonlijk gesprek, bel dan met 053-4861223 en vraag naar Dick Geisink Zelfstandig ondernemerAls we kijken naar pensioenen, dan neemt de zelfstandige in Nederland een bijzondere positie in. Zo kunt u als zelfstandige gebruik maken van een groot aantal regelingen die voor alle belastingplichtigen gelden, maar daarnaast geldt nog een aantal regelingen dat exclusief voor u als zelfstandige in het leven geroepen is. Hieronder zullen we ingaan op wat pensioen precies inhoudt, wat een goed pensioen is en hoe u een goed pensioen regelt. Wat is pensioen?Veel mensen verstaan onder pensioen de uitkering die je ontvangt vanaf het moment dat je 65 wordt. Pensioen is echter meer. Pensioen is een verzamelnaam voor periodieke uitkeringen die het salaris vervangen bij ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Pensioen is dus een verzamelnaam voor ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. Voor al deze pensioenonderdelen geldt dat de meeste Nederlandse werknemers pensioen kunnen ontvangen uit 3 bronnen: de overheid, de werkgever en eventuele privé voorzieningen. Het Nederlandse pensioenstelsel wordt daarom wel het 3 pijlerstelsel genoemd. Voor zelfstandigen geldt echter dat de tweede pijler - de werkgever - niet van toepassing is. Daarnaast blijkt de overheid een zelfstandige minder sociale voorzieningen aan te bieden dan een werknemer. Het komt er daardoor op neer dat u als zelfstandige uw pensioen voor een heel groot deel zelf moet regelen. Op deze site bieden wij u informatie om u te helpen inschatten of het voor u ook noodzakelijk is om aanvullende voorzieningen te treffen en zo ja, op welke wijze u dit zou kunnen doen. Wat is een goed pensioen?Een goed pensioen betekent voor iedereen wat anders. Het hangt onder meer van uw financiële situatie, gezinssituatie, werksituatie en wensen af wat in uw situatie een "goed" pensioen is. En hierbij moet u niet alleen kijken naar de uitkering die u ontvangt als u de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt. U doet er verstandig aan om ook het nabestaandenpensioen (indien van toepassing) en het arbeidsongeschiktheidspensioen in uw beoordeling mee te nemen. Hierbij is het verstandig om uzelf per pensioenonderdeel de volgende vragen te stellen:
Een aanvullende pensioenregeling is alleen nuttig als uw pensioenvooruitzicht tekort schiet. Hiermee bedoelen wij dat u een pensioentekort heeft waardoor uw pensioeninkomen lager uitkomt dan gewenst. Het tweede deel van de vorige zin is erg belangrijk: het kan namelijk zijn dat u een pensioentekort heeft, maar zeer tevreden bent met het pensioeninkomen dat u wel krijgt. Of u heeft - binnen en/of buiten uw bedrijf - meer dan voldoende vermogen opgebouwd dat na pensionering als bron van inkomen gebruikt kan worden. Het treffen van extra pensioenvoorzieningen kan in deze situaties onnodig zijn. Vaak geldt echter dat een pensioentekort uitermate vervelende consequenties heeft. De achteruitgang in inkomen is dan zo groot, dat dit negatieve gevolgen heeft voor de wijze van leven. In die situaties is het wel belangrijk om een aanvullende pensioenvoorziening te treffen. Hieronder zetten wij kort op een rijtje wat er onder de verschillende bovengenoemde pensioenonderdelen verstaan wordt. Als u op de links (onderstreepte woorden) klikt, krijgt u over dat onderdeel een uitgebreide uitleg.
Ouderdomspensioen voor zelfstandigenNet als alle nederlandse ingezetenen, heeft u als zelfstandige vanaf uw 65e jaar recht op een AOW uitkering (algemene ouderdoms wet). Daarnaast geldt voor een aantal beroepsgroepen de Wet verplichte deelneming in een Beroepspensioenregeling (Wet Bpr). Deze wet verplicht zelfstandigen binnen bepaalde beroepsgroepen (bijvoorbeeld notarissen, huisartsen of medisch specialisten) om aan een beroepspensioenregeling mee te doen. Voor de meeste zelfstandigen geldt echter dat ze een aanvullend ouderdomspensioen zelf moeten regelen. Voor het regelen van een aanvullend pensioen kunt u als zelfstandig ondernemer gebruik maken van alle regelingen die voor alle belastingplichtigen gelden. Daarnaast geldt nog een aantal regelingen dat exclusief voor u als zelfstandige in het leven geroepen is. Als zelfstandig ondernemer dient u ook zelf zorgen voor een inkomen bij arbeidsongeschikheid en een nabestaanden voorziening. Het ouderdomspensioen voor een zelfstandige wordt veelal geregeld door:
OudedagsreserveAchtergrond van deze regeling is de ondernemer de mogelijkheid te bieden tot het vormen van een fiscale reserve voor zijn oudedag zonder dat de liquiditeit van de onderneming hierdoor aangetast wordt. Als uw bedrijf winst maakt, mag u een deel daarvan als oudedagsreserve op uw balans opnemen. Voorwaarde is wel dat u minimaal 50% van de werktijd besteed aan werkzaamheden voor uw onderneming(en) met een minimum van 1.225 gewerkte uren op jaarbasis. Voldoet u aan deze eis, dan mag u 12% van de jaarwinst toevoegen aan de reserve met een maximum van € 11.227 (2006: € 11.050). De oudedagsreserve mag niet groter zijn dan het ondernemingsvermogen. Indien u premies heeft moeten betalen voor een verplicht gestelde pensioenregeling, dan moeten deze premies in mindering gebracht worden op het gestelde maximumbedrag. Elk jaar mag u opnieuw beslissen of u een deel van de winst als oudedagsreserve opneemt. U dient de stand van de opgebouwde reserve opnemen op uw balans. Het opbouwen van de oudedagsreserve op de balans vormt overigens niet het pensioen op zich. Het is slechts een fiscale reserve die als bron fungeert voor het uiteindelijke pensioen. Over die reserve moet u op een later moment afrekenen met de fiscus. Vaak wordt er met het opgebouwde bedrag uiteindelijk een lijfrente aangekocht die als pensioen dient. Aangezien het hier om een fiscale reserve gaat, is het wel van belang te zorgen dat het geld uiteindelijk werkelijk beschikbaar is. U kunt tenslotte alleen een lijfrente aankopen met geld, niet met een fiscale reserve. Dit is ook een (groot) nadeel van deze vorm van pensioenopbouw: er is een mate van onzekerheid of er uiteindelijk werkelijk geld aanwezig zal zijn om een pensioen aan te kopen LijfrenteAls zelfstandige kunt u er ook voor kiezen om een ouderdomspensioen op te bouwen via het afsluiten van een lijfrenteverzekering. Dit houdt in dat u maandelijks (jaarlijks) premies stort in een verzekering. Op pensioendatum wordt het in de polis opgebouwde bedrag gebruikt om een pensioen aan te kopen (pensioenpolis). Gedurende de rest van uw pensioenleven ontvangt u maandelijks een uitkering uit die polis (het pensioen). Naast de mogelijkheid om gedurende uw werkzame leven bedragen te storten - waarvan werknemers (bij pensioentekort) ook gebruik kunnen maken - zijn er speciale mogelijkheden voor ondernemers. Zo mag u (een deel) van de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Daarnaast kunt u, als u de onderneming staakt, de daaruit voortvloeiende stakingswinst omzetten in een lijfrente. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van uw leeftijd op het moment dat u de bedrijfsactiviteiten staakt. De aftrek is € 411.698(2006 € 405.214) bij:
De aftrek is € 205.854 (2006: € 202.612) bij:
In overige gevallen is de aftrek € 102.932 (2006:€ 101.311) Nabestaandenpensioen voor zelfstandigenHet is belangrijk dat u zich bewust bent van de financiële gevolgen als u (of uw partner) mocht komen te overlijden. Als u als zelfstandige komt te overlijden, vallen uw inkomsten weg en dat heeft consequenties voor uw achterblijvende partner en eventuele kinderen. Maar ook als uw partner komt te overlijden, kan dat grote financiële consequenties hebben. Wie weet moet u wel minder gaan werken, of dient u zelfs uw ondernemingsactiviteiten te staken. Er zijn verschillende manieren om met het overlijdensrisico om te gaan. Op deze pagina zetten we voor u de mogelijkheden op een rij. ANWDe ANW is in 1996 in de plaats gekomen van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). De Anw is een volksverzekering die aan volwassenen van wie de partner is overleden, recht geeft op een uitkering. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering. Doorgaans valt iedere inwoner van Nederland automatisch onder de Algemene nabestaandenwet (Anw). Dit geldt dus ook voor zelfstandigen (en partners). Dat wil echter niet zeggen dat iedereen ook een uitkering krijgt na het overlijden van hun partner. Iemand komt in aanmerking voor een ANW-uitkering als er sprake was van een gezamenlijk huishouden en als de nabestaande jonger is dan 65 jaar. Daarnaast moet op de dag van overlijden één van de volgende bepalingen gelden:
De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande, met een maximum van 70% van het netto minimumloon. BeroepspensioenregelingVoor een aantal beroepsgroepen geldt de Wet verplichte deelneming in een Beroepspensioenregeling (Wet Bpr). Deze wet verplicht zelfstandigen binnen bepaalde beroepsgroepen (bijvoorbeeld notarissen of medisch specialisten) om aan een beroepspensioenregeling mee te doen. Het kan zijn dat er binnen deze beroepspensioenregeling ook een nabestaandenregeling geldt. Eigen voorzieningenDe ANW uitkering is veelal (veel) te laag om uw nabestaanden goedverzorgd achter te laten. Als zij uberhaupt al voor een ANW-uitkering in aanmerking komen. Vooral als u niet binnen een beroepspensioenregeling valt, is het belangrijk om zelf aanvullende nabestaandenvoorzieningen te treffen. Hierbij kunt u denken aan de volgende mogelijkheden:
Stelregel bij een goede nabestaandenvoorziening is dat er voor de nabestaanden voldoende vermogen en/of inkomen overblijft, dat de woonsituatie en levensstijl niet aangepast hoeft te worden. DGAHoe regel ik als DGA een goed pensioen? Als u een groot aandelenpakket in een BV heeft, wordt u door de fiscus aangemerkt als aanmerkelijk belangaandeelhouder. Dit is het geval als u zelf, eventueel samen met uw (ex-)echtgenoot of partner bijvoorbeeld minimaal 5% van de aandelen in de vennootschap heeft. Bent u bovendien als werknemer in dienst van deze BV, dan wordt u gezien als een Directeur Grootaandeelhouder (DGA). Als we kijken naar pensioenen, dan neemt de directeur-grootaandeelhouder (DGA) in Nederland een bijzondere positie in. Voor de DGA zijn er verschillende beloningsvormen mogelijk: salaris als werknemer en dividend als aandeelhouder. Bovendien gelden er voor de DGA vaak bijzondere bonussen in de vorm van tantièmes. Deze bijzondere positie heeft ook consequenties voor uw pensioen. Wat is pensioen?Veel mensen verstaan onder pensioen de uitkering die je ontvangt vanaf het moment dat je 65 wordt. Pensioen is echter meer. Pensioen is een verzamelnaam voor periodieke uitkeringen die het salaris vervangen bij ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Pensioen is dus een verzamelnaam voor ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. Voor al deze pensioenonderdelen geldt dat de meeste Nederlanderse werknemers pensioen kunnen ontvangen uit 3 bronnen: de overheid, de werkgever en eventuele privé voorzieningen. Het Nederlandse pensioenstelsel wordt daarom wel het 3 pijler-stelsel genoemd. U wordt als DGA echter niet gezien als een gewone werknemer. De tweede pijler - de werkgever - is in uw situatie dan ook niet in alle situaties van toepassing. Daarnaast blijkt de overheid een DGA minder sociale voorzieningen aan te bieden dan een werknemer. Het komt er daardoor op neer dat u als zelfstandige uw pensioen voor een heel groot deel zelf moet regelen. Wat is een goed pensioen?Een goed pensioen betekent voor iedereen wat anders. Het hangt onder meer van uw financiële situatie, gezinssituatie, werksituatie en wensen af wat in uw situatie een "goed" pensioen is. En hierbij moet u niet alleen kijken naar de uitkering die u ontvangt als u de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt. U doet er verstandig aan om ook het nabestaandenpensioen, wezenpensioen (indien van toepassing) en het arbeidsongeschiktheidspensioen in uw beoordeling mee te nemen. Hierbij is het verstandig om uzelf per pensioenonderdeel de volgende vragen te stellen:
Een aanvullende pensioenregeling is alleen nuttig als uw pensioenvooruitzicht tekort schiet. Hiermee bedoelen wij dat u een pensioentekort heeft waardoor uw pensioeninkomen lager uitkomt dan gewenst. Het tweede deel van de vorige zin is erg belangrijk: het kan namelijk zijn dat u een pensioentekort heeft, maar zeer tevreden bent met het pensioeninkomen dat u wel krijgt. Of u heeft meer dan voldoende vermogen opgebouwd dat na pensionering als bron van inkomen gebruikt kan worden. Hierbij is de waarde van uw aandelenbezit in de onderneming waarvan u DGA bent uiteraard ook van belang. Bij voldoende vermogen, kan het treffen van extra pensioenvoorzieningen minder nodig zijn. Vaak geldt echter dat een pensioentekort uitermate vervelende consequenties heeft. De achteruitgang in inkomen is dan zo groot, dat dit negatieve gevolgen heeft voor de wijze van leven. In die situaties is het wel belangrijk om een aanvullende pensioenvoorziening te treffen. Zoals gezegd, raden wij u aan om per pensioenonderdeel te kijken naar de mogelijkheden. Hieronder zetten wij kort op een rijtje wat er onder de verschillende bovengenoemde pensioenonderdelen verstaan wordt. Als u op de links (onderstreepte woorden) klikt, krijgt u over dat onderdeel een uitgebreide uitleg.
Ouderdomspensioen voor DGA'sOuderdomspensioen is de uitkering die u krijgt vanaf het moment dat u de pensioensgerechtigde leeftijd bereikt. U heeft als DGA een bijzondere positie met betrekking tot het opbouwen van uw ouderdomspensioen. U wordt niet gezien als gewone werknemer en heeft evenmin alle fiscale voordelen van een zelfstandig ondernemer. Tot 2007 kon u als DGA ervoor kiezen om mee te lopen met de pensioenregeling die geldt voor het personeel in uw bedrijf (indien er sprake is van personeel). Sinds de invoering van de nieuwe Pensioenwet kan dat niet meer. Voor het opbouwen van uw ouderdomspensioen, kunt u als DGA kiezen voor de volgende mogelijkheden:
Pensioen opbouwen in eigen beheerAls u ten minste 10% van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming bezit waar u in dienst bent, kunt u als DGA pensioen opbouwen door jaarlijks een bedrag te reserveren op de balans van de onderneming. Op de pensioendatum is de onderneming verplicht om voor uitkering van de pensioenrechten zorg te dragen. Deze vorm biedt een fiscaal voordeel, aangezien de pensioenreservering ten laste van de winst mag worden gebracht. Daarnaast kan de pensioenreservering als werkkapitaal gebruikt worden, wat de liquiditeit van de onderneming ten goede komt. Het gaat tenslotte om een pensioenreservering: het bedrag hoeft niet werkelijk aanwezig te zijn. Er is echter een aantal risico's verbonden aan het opbouwen van pensioen in eigen beheer:
Ondanks de voordelen die deze pensioenconstructie u gedurende de opbouwperiode biedt, vormt dit een redelijk risicovolle manier om uw pensioen te regelen. Oprichten van een eigen pensioenlichaamHiermee wordt bedoeld dat de DGA zijn pensioen opbouwt in een speciaal daarvoor bedoelde pensioen-BV of pensioenstichting. Deze BV of stichting fungeert dan als het ware als een soort privé verzekeringsmaatschappij. Hierbij moeten de richtlijnen gevolgd worden die gesteld zijn door het ministerie van Financiën. Sinds 1992 is bepaald dat zowel de jaarwinst als de sterftewinst in geval van overlijden belast is voor de vennootschap. Dankzij deze wijziging is de opbouw van pensioen in een eigen pensioenlichaam fiscaal gezien onaantrekkelijker geworden. VerzekerenBij deze vorm worden in de werkzame periode premies gestort in een (gemengde) kapitaalverzekering met pensioenclausule. Met het gedurende de werkzame periode opgebouwde vermogen wordt bij pensionering een lijfrente aangekocht. Deze lijfrente komt periodiek (maandelijks) tot uitkering en biedt u een ouderdomspensioen. Binnen de kapitaalverzekering kunnen het overlijdensrisico en het arbeidsongeschiktheidrisico ook worden afgedekt. U kunt er echter ook voor kiezen om dit los van uw pensioen te regelen. Aangezien de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) sinds enige tijd niet meer bestaat, is het belangrijker geworden om arbeidsongeschiktheid zelf goed te regelen. Keuze tussen eigen beheer, pensioenlichaam en verzekerenHierboven zijn kort de verschillende mogelijkheden besproken. Welke vorm dient u als DGA nou te kiezen? Dit is uiteraard afhankelijk van uw financiële situatie en wensen. In de meeste situaties geldt dat gekozen wordt voor het opbouwen van pensioen via een verzekeringsmaatschappij. Deze vorm biedt voor de meeste DGA's de meeste zekerheid tot een goed pensioen (incl. nabestaandenpensioen en arbeidsongeschikheidspensioen) tegen een redelijk kostenplaatje en een redelijke administratieve belasting. Hierbij is het verstandig om meerdere aanbieders naast elkaar te leggen, aangezien er grote verschillen kunnen zitten tussen de aangeboden pensioenproducten. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij 1 van de overige vormen de meeste voordelen biedt. Om dit te bepalen, is een gesprek met een pensioendeskundige nodig. Onze pensioenadviseurs komen graag een keer persoonlijk bij u langs om - geheel vrijblijvend - de mogelijkheden met u door te spreken. Aangezien wij u alle mogelijkheden aan kunnen bieden, weten wij in de meeste gevallen een zeer aantrekkelijk aanbod te doen. Indien u interesse heeft in een persoonlijk gesprek, bel dan met 053-4861223 en vraag naar Dick Geisink of mail naar info@debedrijfsverzekeraar.nl Nabestaandenvoorzieningen voor DGA'sHet is belangrijk dat u zich bewust bent van de financiële gevolgen als u (of uw partner) mocht komen te overlijden. Als u als DGA komt te overlijden, vallen uw inkomsten weg en dat heeft consequenties voor uw achterblijvende partner en eventuele kinderen. Maar ook als uw partner komt te overlijdens, kan dat grote financiële consequenties hebben. Wie weet moet u wel minder gaan werken, of dient u zelfs uw ondernemingsactiviteiten te staken. Er zijn verschillende manieren om met het overlijdensrisico om te gaan. Op deze pagina zetten we voor u de mogelijkheden op een rij. ANWDe ANW is in 1996 in de plaats gekomen van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). De Anw is een volksverzekering die aan volwassenen van wie de partner is overleden, recht geeft op een uitkering. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering. Doorgaans valt iedere inwoner van Nederland automatisch onder de Algemene nabestaandenwet (Anw). Dit geldt dus ook voor DGA's (en partners). Dat wil echter niet zeggen dat iedereen ook een uitkering krijgt na het overlijden van hun partner. Iemand komt in aanmerking voor een ANW-uitkering als er sprake was van een gezamenlijk huishouden en als de nabestaande jonger is dan 65 jaar. Daarnaast moet op de dag van overlijden één van de volgende bepalingen gelden:
De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande, met een maximum van 70% van het netto minimumloon. Eigen voorzieningenDe ANW uitkering is veelal (veel) te laag om uw nabestaanden goedverzorgd achter te laten. Als zij uberhaupt al voor een ANW-uitkering in aanmerking komen. Daarom is het belangrijk om zelf aanvullende nabestaandenvoorzieningen te treffen. Hierbij kunt u denken aan de volgende mogelijkheden:
Stelregel bij een goede nabestaandenvoorziening is dat er voor de nabestaanden voldoende vermogen en/of inkomen overblijft, dat de woonsituatie en levensstijl niet aangepast hoeft te worden. |
de Bedrijfsverzekeraar BV
|